Wij komen tezamen
Dat heeft nogal een belofte in zich, samenkomen, samen willen komen. Jawel, niemand die het verkeerd zal vinden om de gezelligheid met elkaar te delen, om elkaar wat warmte te gunnen. Maar het is maar de vraag of dat altijd even gemakkelijk gaat. Soms immers betekent het ook dat je letterlijk en figuurlijk eens wat zult moeten inschikken, wat voor de ander over moet hebben. Of nog wat anders gesteld, soms moet je ook even over je eigen schaduw heen willen stappen, hoeft jouw gelijk niet per se altijd het gelijk van de ander te zijn. Wat betekent samenkomen nu echt, want bedoelden en bedoelen mensen als het ‘Wij komen tezamen’ klinkt. Laat ons om dat te begrijpen, om er wellicht iets van te leren eens meer dan tweeduizend jaar terug in de tijd gaan, laat ons eens een wat eigentijdse twist geven aan het aloude, soms misschien wat stoffig kerstverhaal.
Marie, hoogzwanger en onderweg naar Bethlehem, kon natuurlijk niets anders doen dan met Joep omzien naar een slaapplaats voor de nacht, zijzelf de tong op de schoenen, Joep net zozeer. De eerste tegenslag die het paar al te verwerken had gekregen, was het gebrek aan kraamzorg in het Heilige Land. Al de meiden en wie weet jongens die goed waren in het verschonen van luiers en als geen ander in staat waren om te zien of moeder en kind het goed maakten, zich goed ontwikkelden, waren bezet. Jawel, zo had Joep inmiddels bericht gehad, met wat mazzel zou er nog een herder of herderin zijn die wat tijd overhad, wat wilde bijverdienen voor de wintersport, maar de kans dat Joep zelf luiers zou moeten spoelen en wat al niet meer zou moeten doen, was groot, heel groot. Ach, als dat het ergste was…
Een ander idee zou kunnen zijn om dan maar op weg te gaan naar een kraamhotel, daar waar wat hoogzwangere dames samen zouden komen in afwachting van hun borelingen, de kraamzorg zou veel effectiever ingezet kunnen worden. Maar ja, het al eeuwenoude verhaal is meer dan bekend, alle kraamhotels zaten vol, boordevol, de kosten van gezondheidszorg schoten door het dak, overal mensen te kort. En omdat Joep ook nog eens op de kleintjes had moeten letten, timmerman nu niet bepaald het beste betaalde beroep, had hij ook nog eens verzuimd om de juiste, aanvullende verzekering af te sluiten. Jezus nog an toe, eigenlijk was dat toch wel een misser van de bovenste plank. Mochten Marie en hij nog meer kinderen op de wereld willen zetten, zouden ze dit toch echt anders moeten doen.
Tsja, met det alles was het dan maar zaak om op zoek te gaan naar een andere slaapplaats voor de nacht, het breken van de vliezen zou zomaar kunnen gebeuren. En ook toen, in die tijd lang geleden, bleek er al een gebrek aan geschikte woonruimte te zijn, plek om te overnachten. Niet omdat er niet genoeg mensen waren die wilden bouwen, dikke bomen genoeg om om te zagen, ruimte genoeg voorhanden, nee, het was dat vermaledijde stikstofslot. En inderdaad, als Marie en Joep goed rondkeken, Marie moe op de ezel, Joep minstens net zo moe naast de ezel, dan snapten ze het wel een beetje. De ene kerstboom zag er goed beschouwd nog belabberder uit dan de andere. Nu de zure regen niet meer leek te bestaan was de stikstof de volgende ramp. Niet goed voor de natuur, daarmee niet goed voor de mens. Met als consequentie dat er weinig slaapplaatsen waren, terecht dat Joep zich zorgen maakte en Marie er wat doorheen zat.
En tsja, de ruimte die er was, links en rechts waren wel wat hutten gebouwd en stallen ongebouwd tot woonruimte, overal zat het vol. Er waren nogal wat herders, gevlucht uit andere landen, die blij waren met het plekje dat hen was toebedeeld. Hetzelfde gold voor eens gelukkig stelletjes die uit elkaar waren gegaan en nu ieder voor zich een plekje claimden. En wat te denken van de al wat oudere kinderen, eigenlijk jong volwassen, die ook op zoek waren naar een eigen krib, een eigen hut of stal om thuis te komen. Stalsplitsing, optoppen, een straatje erbij, het had allemaal wel een heel klein beetje geholpen, maar de nood bleef hoog. En waar Joep en Marie ook aanklopten, waar ze ook vroegen of ze tezamen mochten komen, overal kregen ze nul op het rekest. Misschien niet eens uit onwil, maar verdraaid, wat was iedereen druk met zichzelf…
Totdat er dus die ene stal was, het verhaal, de overlevering wil per slot dat we bij die stal uit zouden komen. Joep en Marie wisten dat waarschijnlijk ook wel, die bestseller was door hen beiden gelezen. Maar dit keer, in de geest van dit verhaal, liep het toch allemaal net wat anders. Eigenlijk best wel schrijnend, wat mens- en dieronterend. Er was sprake van fikse blokkades over en weer, de ene wilde in de stal geen plaats maken voor de ander en omgedraaid. Stilaan had de os een bloedhekel gekregen aan de ezel, andersom was het niet anders, de ene groep schapen blèrde aan de linkerzijde dat het een lieve lust was, niet van plan om met een andere groep schapen aan de rechterzijde samen te gaan, de engelen die al in aantocht waren, stonden op het punt om weer rechtsomkeer te maken, wilden het voor gezien houden. Al met al had het niks met Kerst, niks met vrede op aard te maken. Wat zou in hemelsnaam het Kerstkind hier moeten komen doen?
Maar ja, laat ons bij dit alles niet vergeten dat er ook toen al wonderen bestonden. Niet dat de Heilige Geest nu achter elkaar aan het werk ging, al zou dat niet verkeerd zijn geweest, nee, er werd een informateur losgelaten op de hele handel, de dame in kwestie zou de boel moeten lostrekken, de neuzen weer één dezelfde richting op krijgen. Wat niet verkeerd was, was dat deze dame directeur was van de kinderboerderij een eindje verderop en dus wel ervaring had met het voorkomen dat er al te veel kikkers uit de kruiwagen zouden springen. En lastige schapen, nukkige ezels en oerdomme ossen, ze wist er wel raad mee. Eigenlijk had ze de hele handel een weekend mee willen nemen naar een andere stal, om daar even helemaal uit de situatie te stappen, zo iedereen op andere gedachten te laten komen, blokkades op te heffen. Maar ja, die tijd was er niet, Joep en Marie stonden voor de deur, Jezus, wat was het spannend!
Laat ons een lang verhaal kort maken, de uitkomst van het verhaal is toch al bekend, uiteindelijk lukte het de dame in kwestie. De os schoof naar de ezel, de ezel naar de os, de rivaliserende schapen begroeven de strijdbijl ergens diep in de kribbe, de al haast vertrokken engelen keerden op hun schreden terug en begonnen achter elkaar het ‘gloria in excelsis deo’ te oefenen. Al moesten ze dat niet té luid zingen, het wonder, het wonder van God, was nog niet geboren. Dat gebeurde niet veel later, Marie en Joep eindelijk hun plekje voor de nacht gevonden. Niet veel later brak Marie het water en werd de bevalling ingezet. Tekort aan kraamhulp, stikstofslot en een slecht milieu, blokkades en wat al niet meer ten spijt, de hemel brak open, het Kerstkind werd geboren, Gloria in excelsis deo, Wij komen tezamen, eindelijk had het vorm en inhoud, had het betekenis gekregen.
En tsja, of de wijsheid van de Drie Wijzen uit het Oosten later ook aan ons doorgegeven zou worden, het is maar de vraag. De problemen die toen in het Heilige Land speelden, spelen nog steeds. Maar wil weten, wil erin geloven dat het oplossen van alle problemen begint met het elkaar willen begrijpen, elkaar willen verstaan. Niet mijn gelijk in plaats van jouw gelijk, de mening van de één naast de mening van de ander. Of, laat ons in deze tijd en de tijd die voor ons ligt écht samen komen, werken aan een wereld die er voor iedereen mag zijn. Vrede op aarde, het was er voor Marie en Joep, de os en de ezel, de schapen in en rondom de stal, de herders in het veld. De engelen zongen er toen van, laat ons er aan werken en in blijven geloven. Anno 2025, op weg naar 2026, niet de eenvoudigste opdracht, maar wel nog altijd iets om vol voor te gaan. Wij komen tezamen, meer dan zomaar een zeggen, meer dan zomaar een lied!
